Voorwaarden

Bijzonder reisdocument voor staatlozen (grijze omslag):

Als erkende staatloze kan je van de Belgische overheid een bijzonder reisdocument bekomen op voorwaarde dat:

  • Je identiteit vaststaat. Wanneer de term ‘decl.’ op je verblijfskaart vermeld staat, betekent dit dat er geen zekerheid is over je identiteit omdat je nooit enig officieel (identiteits)document hebt voorgelegd. Je moet dan een bewijs van identiteit voorleggen zodat de vermelding ‘decl’ kan worden verwijderd.  
  • Je statuut als staatloze vaststaat. Dat statuut moet je door de rechtbank zijn toegekend.
  • Je geen nationaal paspoort of noodreisdocument van je bevoegde overheid kan bekomen. De onmogelijkheid om een nationaal paspoort te verkrijgen, wordt voor erkende staatlozen vermoed. De erkenning als staatloze volstaat als bewijs dat je onmogelijk een nationaal paspoort kan bekomen.
  • Je minstens een beperkt verblijfsrecht hebt (Staatlozenverdrag, rb. eerste aanleg Brussel nr. 2012-13747-A van 28 juni 2013). 
  • Je niet het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel of van wettelijk bepaalde maatregelen die de bewegingsvrijheid beperken met het oog op:
    • de bescherming van de nationale of openbare veiligheid
    • handhaving van de openbare orde
    • het voorkomen van strafbare feiten
    • de bescherming van de gezondheid, de goede zeden of de rechten en vrijheden van anderen

Bijzonder reisdocument voor vluchtelingen (blauwe omslag):

 Ben je in België als vluchteling erkend, dan kan je van de Belgische overheid een reisdocument bekomen op voorwaarde dat:

  • Je identiteit vaststaat. Wanneer de term ‘decl.’ op je verblijfskaart vermeld staat, betekent dit dat er geen zekerheid is over je identiteit omdat je nooit enig officieel (identiteits)document hebt voorgelegd. Je moet dan een bewijs van identiteit voorleggen zodat de vermelding ‘decl’ kan worden verwijderd.  
  • Je statuut als erkend vluchteling vaststaat.
  • Je geen nationaal paspoort of noodreisdocument van je bevoegde overheid kan bekomen. Als erkend vluchteling kan je hiervan geen apart bewijs voorleggen. Erkende vluchtelingen worden immers verondersteld geen contact te kunnen opnemen met hun nationale overheid. Contact met de nationale overheid kan leiden tot verlies van de beschermingsstatus en het verblijfsrecht. De erkenning als vluchteling volstaat als bewijs van onmogelijkheid om een nationaal paspoort voor te leggen.
  • Je minstens een beperkt verblijfsrecht hebt (Vluchtelingenverdrag, EU-richtlijn 2011/95 van 13 december 2011).
  • Je niet het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel of van wettelijk bepaalde maatregelen die de bewegingsvrijheid beperken met het oog op:
    • de bescherming van de nationale of openbare veiligheid
    • handhaving van de openbare orde
    • het voorkomen van strafbare feiten
    • de bescherming van de gezondheid, de goede zeden of de rechten en vrijheden van anderen

Bijzonder reisdocument voor subsidiair beschermden en andere vreemdelingen (rode omslag):

Ben je geen erkend staatloze of erkend vluchteling, dan kan je van de Belgische overheid een reisdocument bekomen op voorwaarde dat:

  • Je identiteit vaststaat. Wanneer de term ‘decl.’ op je verblijfskaart vermeld staat, betekent dit dat er geen zekerheid is over je identiteit omdat je nooit enig officieel (identiteits)document hebt voorgelegd. Je moet dan een bewijs van identiteit voorleggen zodat de vermelding ‘decl’ kan worden verwijderd.  
  • Je nationaliteit vaststaat. Voor Tibetanen wordt aanvaard dat op hun verblijfskaart bij nationaliteit 'onbepaald' staat. 
  • Je geen nationaal paspoort of noodreisdocument kan bekomen van je bevoegde overheid. De onmogelijkheid om een nationaal paspoort of een reistitel te bekomen, moet in een attest bevestigd worden door een bovengemeentelijke publieke overheid bevoegd voor vreemdelingen. Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) levert een dergelijk attest af aan subsidiair beschermden. Het is niet duidelijk of andere instanties een dergelijk attest afleveren voor vreemdelingen die onmogelijk een paspoort van hun nationale overheid kunnen bekomen. 

Worden niet aanvaard:

      • een persoonlijke verklaring over de onmogelijkheid om een paspoort te bekomen
      • een attest van ambassade/consulaat waarin staat dat de identiteit en de nationaliteit niet kan worden vastgesteld
      • een attest van ambassade/consulaat waarin staat dat het tijdelijk onmogelijk is een paspoort af te geven
      • een attest van ambassade/consulaat waarin staat dat enkel een voorlopige reistitel kan afgeleverd worden om een aanvraag van een paspoort in het herkomstland mogelijk te maken, wordt evenmin aanvaard 

In de praktijk blijkt het bijzonder moeilijk te zijn om aan een attest van onmogelijkheid te geraken. 

Je hoeft geen attest van onmogelijkheid voor te leggen als je behoort tot een van de categorieën vreemdelingen van wie de FOD Buitenlandse Zaken aanneemt dat ze onmogelijk een nationaal paspoort of reisdocument kunnen bekomen (zie verder onder ‘De facto onmogelijkheid’).

De onmogelijkheid om een nationaal paspoort te verkrijgen moet absoluut en van onbepaalde duur zijn. De onmogelijkheid om een nationaal paspoort of reisdocument te bekomen van de overheid van je land van herkomst wordt streng gecontroleerd.

  • Je een onbeperkt verblijfsrecht hebt. Als je een statuut als subsidair beschermde hebt, volstaat een tijdelijk verblijfsrecht (Vluchtelingenverdrag, EU-richtlijn 2011/95 van 13 december 2011).
  • Je niet het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel of van wettelijk bepaalde maatregelen die de bewegingsvrijheid beperken met het oog op:
    • de bescherming van de nationale of openbare veiligheid
    • handhaving van de openbare orde
    • het voorkomen van strafbare feiten
    • de bescherming van de gezondheid, de goede zeden of de rechten en vrijheden van anderen

De facto onmogelijkheid

Als je behoort tot de volgende categorieën vreemdelingen wordt de onmogelijkheid om een nationaal paspoort of reisdocument te bekomen door de FOD Buitenlandse Zaken aangenomen:

  • Somaliërs, op voorwaarde dat de rubriek 'nationaliteit' op de elektronische vreemdelingenkaart of het identiteitsbewijs voor kinderen (-12 jarigen) 'Somalië' vermeldt.
  • Door een ander land erkende vluchtelingen, mits voorlegging van een attest van het CGVS (max. 1 maand oud) waaruit blijkt dat de overbrenging van het statuut van vluchteling naar België werd aangevraagd en dat de toekenning van dit statuut in België nog minstens 2 maanden in beslag zal nemen.
  • Tibetanen, geboren in Indië of Nepal, die hun Tibetaanse afkomst kunnen bewijzen met Indische of Nepalese identiteitsdocumenten of reisdocumenten voor Tibetanen of Tibetaanse vluchtelingen, en wiens verblijfskaart bij nationaliteit 'onbepaald' of 'is nog niet definitief vastgesteld' vermeldt.
  • Vreemdelingen van Palestijnse origine, die niet in aanmerking komen voor een Palestijns paspoort. Het gaat om vreemdelingen die wel (ooit) afkomstig waren van de Palestijnse gebieden, maar die niet staan ingeschreven bij het Palestijnse Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het zijn vreemdelingen met de vermelding "van Palestijnse oorsprong" op hun verblijfsdocument.
  • Subsidiair beschermden, mits voorlegging van een attest van het CGVS (max. 1 maand oud), waaruit blijkt dat ze subsidiaire bescherming genieten en geen nationaal paspoort kunnen bekomen. Somaliërs, vluchtelingen erkend door een ander land, Tibetanen en personen van Palestijnse oorsprong moeten een dergelijk attest niet voorleggen omdat de FOD Buitenlandse Zaken de facto aanneemt dat ze geen nationaal paspoort of reisdocument kunnen krijgen.   
  • In België geboren kinderen uit ouders die behoren tot een van de vijf voorgaande categorieën.  
  • Niet-begeleide minderjarigen, op vraag van de voogd en mits voorlegging van een attest van de dienst Voogdij dat de voogdij bevestigt.
  • In onthaalgezinnen geplaatste kinderen met een niet-EU-nationaliteit, mits voorafgaandelijke goedkeuring (max. 1 maand oud) door het Bureau van Bijzondere Jeugdbijstand of de jeugdrechter.

Onderzoek op individuele basis

Behoor je niet tot de bovenstaande categorieën, dan moet je een attest voorleggen waaruit de onmogelijkheid om een paspoort te bekomen, blijkt.

Dit attest moet zijn afgeleverd door een bovengemeentelijke publieke overheid bevoegd voor vreemdelingen. Het is niet duidelijk of ook andere instanties - naast het CGVS voor subsidiair beschermden - een dergelijk attest afleveren voor vreemdelingen die onmogelijk een paspoort van hun nationale overheid kunnen bekomen. 

Uit de motivatie die de bevoegde autoriteit geeft om geen nationaal paspoort af te leveren moet de absolute onmogelijkheid blijken. Een praktische moeilijkheid, bijvoorbeeld terugreizen naar het herkomstland met een laissez-passer (noodreisdocument) om daar het paspoort aan te vragen en te verkrijgen, wordt niet aanvaard als een 'onmogelijkheid'. De FOD Buitenlandse Zaken doet steeds een individueel onderzoek. 

Aanvraagprocedure

Vanaf 1 januari 2018 vraag je een bijzonder reisdocument niet langer bij de provinciale paspoortdienst aan maar bij de paspoortdienst van de gemeente waar je bent ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister. Je hebt daarvoor in principe een voorafgaandelijk akkoord van de FOD Buitenlandse Zaken nodig, tenzij je een aanvraag doet als erkend vluchteling of staatloze. 

Bijzonder reisdocument voor vluchtelingen (blauwe omslag) en staatlozen (grijze omslag)

Erkende vluchtelingen en erkende staatlozen die aan de voorwaarden voor een bijzonder  reisdocument van de Belgische overheid voldoen, dienen hun aanvraag rechtstreeks in bij de gemeente waar zij zijn ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister. De gemeente registreert de aanvraag en levert het reisdocument af.

Bijzonder reisdocument voor vreemdelingen (rode omslag)

Vreemdelingen die aan de voorwaarden voor een bijzonder reisdocument van de Belgische overheid voldoen, moeten eerst een voorafgaandelijk schriftelijk akkoord bekomen van de FOD Buitenlandse Zaken voordat ze hun aanvraag voor een reisdocument kunnen indienen in de gemeente waar zij zijn ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister.

Ze sturen, vergezeld van de nodige stavingstukken, een email naar paspoort@diplobel.fed.be of een brief naar de FOD Buitenlandse Zaken, dienst reis- en identiteitsdocumenten, Karmelietenstraat 15, 1000 Brussel met als vermelding “aanvraag reisdocument vreemdeling”.

Ze vermelden in hun email of brief voornaam, familienaam, geboorteplaats, nationaliteit en de vermelding van de situatie van onmogelijkheid om een nationaal paspoort te bekomen. Dit laatste houdt in dat de betrokkene:

  • aantoont dat hij behoort tot een van de acht categorieën vermeld in de bijlage bij de omzendbrief waarvan de FOD Buitenlandse Zaken de facto de onmogelijkheid aanvaardt (Somaliërs, vluchtelingen erkend door een ander land, Tibetanen, personen van Palestijnse oorsprong, subsidiair beschermden, in België geboren minderjarige kinderen van voorgaande categorieën vreemdelingen, niet-begeleide minderjarigen, derdelands pleegkinderen)
  • of een attest van een bovengemeentelijke Belgische of internationale administratie of overheidsdienst voorlegt dat bevestigt dat betrokkene (of een groep waartoe hij behoort) geen nationaal paspoort heeft en kan verkrijgen. Het CGVS levert een attest van onmogelijkheid af aan subsidiair beschermden. Het is niet duidelijk of ook andere instanties een dergelijk attest afleveren voor vreemdelingen die onmogelijk een paspoort van hun nationale overheid kunnen bekomen.

De FOD Buitenlandse Zaken onderzoekt de aanvraag. Dit onderzoek kan tot zes weken duren.

In geval van instemming met de aanvraag, stelt de FOD Buitenlandse Zaken de betrokkene en de gemeente schriftelijk op de hoogte. De betrokkene gaat binnen de twee weken na instemming naar de gemeente voor de registratie van zijn aanvraag voor een reisdocument.

De FOD Buitenlandse Zaken neemt een beslissing over de geregistreerde aanvraag na bijkomend onderzoek. Dit onderzoek kan tot twee maanden duren. De FOD kan informatie opgevragen bij:

  • de FOD Justitie
  • de parketten
  • het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD)
  • de Staatsveiligheid
  • de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV)
  • de federale politie

De afgifte van het reisdocument wordt geschorst in afwachting van bijkomende informatie. 

De aanvraag tot het bekomen van een Belgisch reisdocument wordt geweigerd wanneer de aanvrager:

  • de voorwaarden voor het bekomen van een bijzonder reisdocument niet vervult
  • onjuiste gegevens over zijn nationaliteit of identiteit meedeelde
  • het voorwerp is van een vrijheidsberovende gerechtelijke maatregel
  • het voorwerp is van een lopend onderzoek naar een wanbedrijf bedoeld in artikel 199bis Strafwetboek
  • het voorwerp is van wettelijk bepaalde maatregelen die de bewegingsvrijheid beperken met het oog op de bescherming van de nationale of openbare veiligheid; de handhaving van de openbare orde; de voorkoming van strafbare feiten; de bescherming van de gezondheid, de goede zeden of de rechten en vrijheden van anderen

In geval van een positieve beslissing levert de gemeente het reisdocument af. Bij een negatieve beslissing brengt de FOD Buitenlandse Zaken de betrokkene rechtstreeks op de hoogte. 

Geldigheid van bijzondere reisdocumenten

 Bijzondere reisdocumenten hebben een geldigheidsduur van twee jaar en zijn geldig voor alle landen. Je bijzonder reisdocument verliest zijn geldigheid:

  • als je geen verblijfsrecht meer hebt in België
  • als (de status van) je nationaliteit verandert 

Intrekking of ongeldigverklaring

Een bijzonder reisdocument kan ingetrokken of ongeldig worden verklaard:

  • in dezelfde gevallen waarin een aanvraag om een bijzonder reisdocument te bekomen kan worden geweigerd.
  • en bovendien als de aanvrager klaarblijkelijk een aanzienlijk risico voor de handhaving van de openbare orde of de bescherming van de nationale of openbare veiligheid vertegenwoordigt.

De intrekking of ongeldigverklaring vereist een gemotiveerd advies van een daartoe bevoegde overheid.  

Extra informatie