Als de DVZ je aanvraag krijgt, dan onderzoekt de DVZ eerst of je aanvraag voldoet aan alle voorwaarden voor ontvankelijkheid. Dat onderzoek bestaat uit 3 delen:

  • De DVZ kijkt de aanvraag na
  • De DVZ-arts geeft een medisch advies (medische filter)
  • De DVZ doet een woonst- en identiteitscontrole

Als je dossier in orde is, krijg je een attest van immatriculatie (model A). Dat heet ook een oranje kaart.

DVZ kijkt de aanvraag na

De DVZ onderzoekt de ontvankelijkheidsvoorwaarden:

  • Heb je de aanvraag verstuurd per aangetekend schrijven?
  • Heb je een bewijs van identiteit toegevoegd?
  • Heb je een standaard medisch getuigschrift toegevoegd, dat voldoet aan alle voorwaarden?
  • Heb je je adres van effectieve verblijfplaats in België vermeld?
  • Bevat je aanvraag nieuwe elementen?
  • Heb je strafbare handelingen gepleegd?
  • Voldoet je aanvraag aan de taalvereisten?

Alle voorwaarden moeten vervuld zijn.

De basisinformatie over deze voorwaarden lees je hieronder. Meer details vind je in het rechtspraakoverzicht 9ter.

DVZ-arts geeft een medisch advies (medische filter)

De DVZ stelt een arts aan. De arts gaat na of je ziekte ‘op het eerste zicht’, of ‘prima facie’ voldoet aan de risicovereiste van artikel 9ter Verblijfswet. De arts gaat na of dat risico kennelijk, dus manifest of heel duidelijk, afwezig is. Er gebeurt geen fysiek onderzoek.

De DVZ beoordeelt niet de afwezigheid van ernstige ziekte, maar de duidelijke afwezigheid van het door artikel 9ter vereiste risico. De eigenlijke beoordeling van het risico gebeurt in de gegrondheidsfase.

Als de arts van oordeel is dat het risico kennelijk afwezig is, dan verklaart de DVZ je dossier onontvankelijk. Zo kan de DVZ kennelijk ongegronde dossiers van bij aanvang blokkeren.

Lees meer over deze medische filter in het rechtspraakoverzicht 9ter.

DVZ doet een woonst- en identiteitscontrole

Als je een volledig dossier indiende, dan geeft de DVZ de opdracht aan de gemeente om een woonst- en identiteitscontrole uit te voeren. De wijkagent komt langs op het adres van je effectieve verblijfplaats. De wijkagent vraagt je originele identiteitsdocumenten op.

Het verslag over de woonstcontrole moet duidelijke en volledige informatie bevatten over de concrete omstandigheden. Een verslag waaruit blijkt dat meerdere bezoeken hebben plaatsgevonden zonder succes is niet nietig.

Als je niet effectief op het adres woont, of als je geen originele identiteitsdocumenten kan voorleggen, dan verklaart de DVZ je aanvraag onontvankelijk.

Lees meer over deze woonstcontrole in het rechtspraakoverzicht 9ter.

Ontvankelijke aanvraag: attest van immatriculatie (oranje kaart)

De DVZ verklaart je dossier ontvankelijk. Je krijgt dan een attest van immatriculatie (oranje kaart).

De gemeente brengt je op de hoogte.

De DVZ geeft de gemeente de instructie om je in het vreemdelingenregister in te schrijven en je een attest van immatriculatie (oranje kaart) te bezorgen.

Het attest van immatriculatie heeft een geldigheidsduur van 3 maanden. Dat attest kan gedurende de behandeling van je dossier driemaal verlengd worden voor telkens 3 maanden. Na 1 jaar wordt het verlengd met een duur van telkens één maand. De gemeente kan het attest ambtshalve verlengen zolang die geen andersluidende instructie van de DVZ krijgt.

Het attest van immatriculatie kan ingetrokken worden, bijv. als je niet ingaat op een uitnodiging van de DVZ-arts voor een medisch onderzoek.

Onontvankelijke aanvraag: beslissing tot weigering en BGV

De DVZ verklaart je dossier onontvankelijk. De DVZ neemt dan een beslissing tot weigering.

De DVZ informeert je per aangetekend schrijven over de beslissing tot weigering.

De DVZ kan tegelijkertijd een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) afgeven. De DVZ is daartoe niet verplicht en het gebeurt ook niet automatisch bij een beslissing tot weigering.

De DVZ geeft dus niet altijd een BGV af. Bijvoorbeeld wanneer de asielprocedure nog hangende is.

De DVZ mag overgaan tot effectieve uitwijzing, d.w.z. administratieve detentie en repatriëring. Tenzij je in je aanvraag een schending van artikel 3 EVRM inroept en bewijst. De DVZ moet dan motiveren waarom een effectieve uitwijzing geen reëel risico inhoudt op een onmenselijke of vernederende behandeling.

Extra informatie