Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
207.389
Einde verblijf – Unieburger – art. 44bis Vw. – openbare orde – actuele bedreiging – specifieke elementen van de zaak – beroepsinlevingsstage als jeugdwerker – zorgvuldigheidsbeginsel – vernietiging

Uit de bij de Raad voorliggende stukken, blijkt dat verzoeker in het kader van de aan hem overhandigde vragenlijst in het kader van het hoorrecht, ingevuld op 11 mei 2017, aangaf dat hij bij zijn vrijlating met begeleiding alleen kan gaan wonen en dat hij een contract heeft afgesloten bij Habbekrats, dit voor zes maanden. In dit verband werd voorafgaand aan het nemen van de bestreden beslissing ook een stuk voorgelegd, meer bepaald een “intentieverklaring” van de directeur van vzw Jong gedateerd op 24 mei 2017 waarin deze verklaart dat zij verzoeker de mogelijkheid geven, in samenwerking met de VDAB, om een betaalde beroepsinlevingsstage als jeugdwerker te laten volbrengen gedurende 6 maanden. Na een evaluatie zal vervolgens worden nagegaan of dit traject kan worden verdergezet. Verzoeker benadrukte in dit verband in de door hem ingevulde vragenlijst dat hij met zijn contract echt wel een positieve toekomst in België heeft.

 

Het gegeven dat verzoeker actueel in aanmerking komt voor een betaalde beroepsinlevingsstage als jeugdwerker, waarbij hij in contact zal komen met jongeren in een kwetsbare situatie en/of moeilijke opvoedingssituatie, hetgeen op zich niet wordt betwist, vormt minstens een aanwijzing van schuldinzicht en dus een relevant gegeven bij de beoordeling van het actuele karakter van de bedreiging voor de openbare orde. Het valt immers moeilijk in te zien dat de betreffende organisatie bereid zou zijn verzoeker een stage te laten doorlopen in een maatschappelijk belangrijke functie als jeugdwerker, indien zij er op basis van hun contacten met verzoeker geen vertrouwen in hebben dat verzoeker er, eventueel mits de nodige begeleiding, klaar voor is om deze verantwoordelijkheid ten opzichte van kwetsbare jongeren op te nemen.

 

Niettegenstaande in de algemene bespreking in de bestreden beslissing omtrent de door verzoeker aangebrachte elementen in het kader van artikel 62, § 1 van de Vreemdelingenwet op zich melding is gemaakt van het gegeven dat hij eventueel via de vzw Jong kan worden tewerkgesteld, blijkt niet dat enerzijds rekening is gehouden met het specifieke gegeven dat dit in de functie van jeugdwerker is en anderzijds deze mogelijke tewerkstelling als jeugdwerker is betrokken bij de beoordeling van het actueel karakter van de bedreiging voor de openbare orde. Hierop wordt op geen enkele wijze concreet ingegaan in het kader van de motivering op dit punt, zodat ook niet blijkt waarom dit element volgens verweerder dan het actueel karakter van het gevaar voor de openbare orde niet kan wegnemen. Een voldoende zorgvuldig onderzoek op dit punt blijkt dan ook niet.