12 september 2017

De wet van 27 januari 2017 tot wijziging van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (IGO), trad op 1 september 2017 in werking. De wet voert bovenop de nationaliteitsvoorwaarden, een bijkomende verblijfsvoorwaarde in om recht te hebben op de IGO. De betrokkene moet nu ook :

  • zijn hoofdverblijfplaats hebben in België
  • gedurende minstens 10 jaar een werkelijk verblijf gehad hebben in België
  • van deze 10 jaar moet minstens 5 jaar ononderbroken zijn

Het werkelijk verblijf wordt bepaald aan de hand van de hoofverblijfplaats opgenomen in het Rijksregister.

Deze voorwaarde is van toepassing op iedere betrokkene, dus ook op Belgen. Uit de memorie van toelichting blijkt dat om recht te hebben, de betrokkene ‘in de loop van zijn leven’ gedurende minstens 10 jaar een werkelijk verblijf moet kunnen aantonen in België, waarvan minstens 5 jaar onafgebroken. Niet enkel de tijdsperiode voor de aanvraag wordt dus meegeteld.

Kan de wetgever zo'n verblijfsvoorwaarde opleggen?

De Raad van State (RvS) maakte in haar advies bij het wetsontwerp volgende kritische bedenkingen:

  • het risico op indirecte discriminatie. Het feit dat de wetswijziging zonder onderscheid betrekking heeft op alle Unieburgers, inclusief de Belgische, wil niet zeggen dat het een neutrale maatregel is. De nieuwe voorwaarden zullen ongetwijfeld vooral gevolgen hebben voor niet-Belgische Unieburgers. De RvS lijkt zo te wijzen op een mogelijk risico op passieve en indirecte discriminatie op basis van nationaliteit. De RvS wijst er op dat bij discussie het Europees Hof van Justitie (HvJ) hierover zal moeten oordelen.
  • de overeenstemming met het zogenaamde standstill-beginsel voorzien in artikel 23 van de Grondwet. Inzake sociale bijstand, verbiedt dit beginsel om de bescherming of het beschermingsniveau van een bepaalde regelgeving aanzienlijk te verminderen zonder dat daartoe redenen van algemeen belang bestaan. Volgens de RvS heeft de wetswijziging door de wet van 27 januari 2017 ‘een aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau tot gevolg’.

De regering behield het wetsontwerp en haalt de volgende redenen van algemeen belang aan:

  • het versterken van de band die gerechtigden op de IGO hebben met België
  • het onder controle houden van de kostenevolutie van de IGO
  • het uitzonderingskarakter van het stelsel
  • de voorwaarden die andere Europese landen stellen voor gelijkaardige stelsels