4 juni 2019

In arrest nummer 244.033 van 26 maart 2019 oordeelt de Raad van State (RvS) dat een gebrek aan geloofwaardigheid omwille van een vaag en weinig onderbouwd vluchtverhaal niet voldoende is om medische attesten, die opgelopen letsels objectief aantonen, niet in overweging te nemen in de beoordeling van een risico op schending van artikel 3 en 4 EVRM.

Feiten

Een man uit Mauritanië, van de haratine etnie, deed in 2013 een eerste verzoek om internationale bescherming omwille van het feit dat hij in zijn herkomstland slaaf was. Dat verzoek werd zowel door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) als door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) afgewezen wegens een gebrek aan geloofwaardigheid.

In 2016 dient hij een tweede verzoek om internationale bescherming in en legt daarbij medische attesten voor die letsels aantonen die hij heeft opgelopen als slaaf. In 2017 weigeren opnieuw zowel het CGVS als de RvV hem de status van vluchteling en de subsidiaire bescherming.

Beoordeling door de RvV

De RvV verwijst naar rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) waarbij het EHRM oordeelde over de bewijswaarde van medische attesten in de asielprocedure. Uit de EHRM arresten I. tegen Zweden van 5 september 2013 en R.J. tegen Frankrijk van 19 september 2013 volgt dat het niet voldoende is om enkel  omwille van een gebrek aan geloofwaardigheid of onvoldoende precieze verklaringen een uitgebreid medisch attest terzijde te schuiven in de beoordeling van een risico op schending van artikel 3 EVRM.

De medische attesten die de verzoeker voorlegt, omschrijven fysieke en psychische letsels die het resultaat kunnen zijn van een slechte behandeling als slaaf. De RvV houdt hier echter geen rekening mee om volgende redenen:

  • in welke mate zouden deze attesten een invloed gehad hebben op de beoordeling van de geloofwaardigheid tijdens de eerste procedure, als ze toen waren voorgelegd?
  • de waarde van de attesten is beperkt omdat de auteurs ervan geen directe getuigen waren van de feiten die de letsels hebben veroorzaakt en omdat een attest over psychologische opvolging subjectief is
  • de verzoeker kon niet coherent en volledig verklaren wat er gebeurd is en maakte ook geen melding over de daden die de letsels zouden hebben veroorzaakt.

Beoordeling door de RvS

De RvS stelt dat door op deze manier de attesten te beoordelen de RvV in gebreke is gebleven om een ernstig onderzoek te doen naar het risico op een schending van artikel 3 en 4 EVRM. Het louter afwegen van de nieuwe attesten aan de ongeloofwaardigheid in de eerste asielprocedure, zonder na te gaan welke risico’s erdoor aangetoond worden, is niet voldoende. Een gebrek aan geloofwaardigheid omwille van een vaag en weinig onderbouwd verhaal is niet voldoende om medische attesten die letsels objectief aantonen niet in overweging te nemen.

Het arrest van de RvV wordt daarom vernietigd.

 
Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen