2 juli 2019

Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) stelt vreemdelingen met een verblijfsmachtiging op basis van artikel 9ter Verblijfswet (Vw) opnieuw vrij van de materiële voorwaarden voor gezinshereniging tijdens het eerste jaar na hun verblijfsmachtiging. Dat bevestigde DVZ aan het AgII.

In navolging van het arrest van het Grondwettelijk Hof (GwH) van 26 september 2013 (nr 121/2013) stelde DVZ medisch geregulariseerden op vlak van gezinshereniging gelijk aan subsidiair beschermden. Concreet hield dat in dat familie van medisch geregulariseerden tijdens het eerste jaar geen voldoende bestaansmiddelen, behoorlijke huisvesting en ziekteverzekering moesten bewijzen.

Na het M’Bodj-arrest van het Hof van Justitie (HvJ nr. C-524/13 van 18-12-2014) wijzigde DVZ zijn praktijk en genoten familie van medisch geregulariseerden niet langer van een vrijstelling.

Nu past DVZ zijn praktijk dus opnieuw aan en stelt terug vrij van de materiële voorwaarden:

  • de echtgenoot, partner, minderjarige kinderen en het meerderjarig gehandicapt kind van een medisch geregulariseerde
  • op voorwaarde dat de verwantschapsbanden al bestonden voordat de refertepersoon een verblijfsrecht in België bekwam
  • en mits de aanvraag gezinshereniging ingediend wordt binnen het jaar na de toekenning van de 9ter Vw machtiging

De laatste praktijkwijziging van DVZ volgt op rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). RvV arrest nr. 200.115 van 22-02-2018 stelde al dat het M’Bodj-arrest van het Hof van Justitie geen afbreuk kon doen aan de vroegere rechtspraak van het GwH.