6 juni 2019

Tot voor kort gaf Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) in de praktijk gedurende 13 maanden een vrijstelling van de materiële voorwaarden voor gezinshereniging aan familieleden van personen met internationale bescherming. Volgens de Verblijfswet geldt maar een vrijstelling gedurende een jaar (of 12 maanden) na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus. DVZ gaf dus één maand extra vrijstelling van de voorwaarden bestaansmiddelen, ziekteverzekering en behoorlijke huisvesting. Daar stapt DVZ nu vanaf: voortaan past DVZ strikt de wettelijke termijn toe van 12 maanden.

Het nieuwe beleid van DVZ gaat in vanaf 1 juni 2019. Aanvragen gezinshereniging die tijdens de 13de maand ingediend werden vóór 1 juni 2019, zijn volgens DVZ wel nog vrijgesteld van de materiële voorwaarden. Voorwaarde is wel dat het laattijdige karakter van de aanvraag op behoorlijke en geldige wijze gerechtvaardigd is.

De praktijkwijziging van DVZ moet samen gelezen worden met rechtspraak van het Hof van Justitie en de RvV, die we bespraken in een eerder nieuwsbericht. Uit die rechtspraak blijkt dat de termijn van vrijstelling strikt toegepast mag worden, tenzij de late indiening van de aanvraag gezinshereniging objectief verschoonbaar is op grond van bijzondere omstandigheden. Bij bewezen overmacht kan de termijn van vrijstelling dus nog steeds verlengd worden tot langer dan 12 of zelfs 13 maanden.

Bron: Myria en website DVZ