2 juli 2019

Sinds 17 juni 2019 levert de Vlaamse Dienst Economische Migratie onder bepaalde voorwaarden ambtshalve een arbeidskaart en een arbeidsvergunning af. Dit om te vermijden dat de tewerkstelling van een arbeidsmigrant wiens arbeidskaart B verstrijkt tijdelijk wordt stopgezet in afwachting van het toekennen van een gecombineerde vergunning.

Voorwaarden

De voorwaarden voor een ambtshalve arbeidskaart en arbeidsvergunning zijn de volgende:

  • het moet gaan om een verlenging van een bestaande arbeidskaart B of toelating tot arbeid
  • de vervaldatum van de bestaande arbeidskaart B ligt binnen een termijn van drie maanden, waardoor het niet gegarandeerd kan worden dat de gecombineerde vergunning op de bestaande arbeidskaart zal aansluiten
  • het Vlaams gewest heeft een positief advies gegeven inzake de toelating tot arbeid in de aanvraag voor de gecombineerde vergunning
  • de werknemer beschikt nog over een geldige verblijfsvergunning die langer geldig is dan de bestaande arbeidskaart B

Als deze cumulatieve voorwaarden voldaan zijn, zal het Vlaams gewest op eigen initiatief een tijdelijke arbeidskaart en arbeidsvergunning afleveren. Dit kan dus niet door de betrokken werkgever of werknemer worden aangevraagd.

De ambtshalve arbeidskaart en arbeidsvergunning worden afgeleverd in de vorm van een brief gericht aan de betrokken werkgever. Deze brief wordt toegevoegd aan de brief die de werkgever informeert dat het Vlaams gewest een positieve beslissing heeft genomen inzake de toelating tot arbeid en dat het dossier werd overgemaakt aan DVZ. De ambtshalve arbeidskaart wordt afgeleverd voor de resterende geldigheidsduur van de verblijfskaart van de werknemer, met een maximale geldigheid van 90 dagen.

Geen oplossing indien verblijfskaart vervalt

Wanneer de verblijfskaart van de betrokken werknemer vervalt en Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) nog geen beslissing heeft genomen over de hernieuwingsaanvraag, zal de gemeente een bijlage 49 afleveren in afwachting van een beslissing. In tegenstelling tot een eerste aanvraag, kan met deze bijlage 49 in het kader van een hernieuwing niet gewerkt worden.

In principe dient de hernieuwingsaanvraag twee maand voor het verstrijken van de geldigheid van de lopende gecombineerde vergunning of arbeidskaart te worden aangevraagd. De beslissingstermijn voor de hernieuwing is echter 120 dagen vermeerderd met de ontvankelijkheidstermijn, net zoals bij een eerste aanvraag. Om te vermijden dat een werknemer niet kan werken in afwachting van een hernieuwing, kan de werkgever dus best vier en een halve maand voor het verstrijken van de lopende gecombineerde vergunning of arbeidskaart een hernieuwingsaanvraag indienen.

Website werk.be (Gecombineerde vergunning - punt 5)